Louis van Gaal heeft zich fel uitgesproken over de huidige opzet van de UEFA Champions League. De oud-trainer van onder meer Ajax, Barcelona en het Nederlands elftal noemt de vernieuwde groepsfase van het miljardenbal “belachelijk” en vindt dat de UEFA enkel oog heeft voor commercie.
Dat blijkt uit een interview met de NOS, waarin Van Gaal pleit voor een drastische herziening van het toernooi: “Jan Doedel mag tegenwoordig ook meedoen. De UEFA denkt alleen maar aan geld verdienen. Het is een corrupte wereld.”
De Champions League is sinds 2024 flink op de schop gegaan. Waar voorheen 32 clubs deelnamen aan de groepsfase, zijn dat er nu 36. Het aantal wedstrijden in de poulefase is verhoogd van zes naar acht en alle clubs zijn in één grote poule ingedeeld.
Van Gaal uit stevige kritiek op deze opzet, waarbij volgens hem het niveauverschil tussen de deelnemende teams te groot is geworden.
“Het heet toch de Champions League? Daar moeten de beste ploegen aan meedoen. Dan heb je minder niveauverschil en dus ook minder doelpunten, maar zijn de wedstrijden wel van hoger niveau en heb je veel beter voetbal.”
De oud-coach wijst erop dat het huidige doelpuntengemiddelde sterk is gestegen door de grotere krachtsverschillen. Waar in het seizoen 1994/95 – het jaar waarin Van Gaal met Ajax de Champions League won – het gemiddelde op 2,3 doelpunten per wedstrijd lag, stond dit seizoen het gemiddelde op dinsdag op 4,16.
In 1994/95 deden er bovendien slechts zestien clubs mee, twintig minder dan nu. “Ik heb dat twintig jaar geleden al tegen de UEFA gezegd, maar ze luisteren niet naar me.”
Van Gaal ziet meer in een indeling op niveau, naar het voorbeeld van het ijshockey. “Daar heb je een A-niveau, een B-niveau, etcetera. Natuurlijk is er ook een Europa League en een Conference League, maar de UEFA verschuilt zich daarachter.”
Volgens hem zou een dergelijke indeling zorgen voor meer spannende en kwalitatief betere wedstrijden.
De voormalig bondscoach stoort zich daarnaast aan het overvolle speelschema, dat volgens hem het gevolg is van de grotere poulefase. “Er zijn ook veel te veel wedstrijden, ook door die nieuwe grotere poulefase in de Champions League. Daardoor zijn er ook meer blessures.”
Als illustratie noemt hij de wedstrijd tussen Paris Saint-Germain en FC Barcelona, waarin bij de thuisploeg Chvitsja Kvaratschelia, Ousmane Dembélé en Marquinhos geblesseerd uitvielen. Van Gaal genoot wel van het hoge niveau van deze wedstrijd, die met 4-2 werd gewonnen door PSG, maar noemt het “de uitzondering die de regel bevestigt”.
Van Gaal stelt dat clubs als PSG, met hun financiële slagkracht, buiten de normale verhoudingen opereren. “PSG heeft oneindig veel geld om spelers te halen. Een trainer speelt naar de kwaliteiten van zijn spelers.”
Volgens hem zijn het vooral trainers als Hansi Flick en Luis Enrique die altijd aanvallend voetbal spelen, maar dat dit niet de norm is in de huidige Champions League.
Analyse: Van Gaal blijft strijdbaar tegen commercialisering Champions League
De kritiek van Van Gaal op de Champions League is niet nieuw. Al in 1994 bestempelde hij de toenmalige nieuwe opzet als “een commercieel gedrocht”. Nu, dertig jaar later, wordt zijn standpunt versterkt door de recente veranderingen die de UEFA heeft doorgevoerd.
De uitbreiding van het deelnemersveld en het aantal wedstrijden in de groepsfase zijn volgens Van Gaal ingegeven door financiële motieven, niet door sportieve.
Zijn pleidooi voor een indeling op sportief niveau snijdt hout als gekeken wordt naar het doelpuntengemiddelde en de krachtsverschillen. In het seizoen waarin hij met Ajax de Champions League won, was het toernooi exclusief: zestien deelnemende ploegen, met een lager gemiddeld aantal doelpunten per wedstrijd.
Nu, met 36 clubs in één grote poule, is het verschil tussen de top en de subtop groter dan ooit. Daardoor ontstaan er vaker eenzijdige wedstrijden met hoge uitslagen, wat volgens Van Gaal de aantrekkelijkheid van het toernooi niet ten goede komt.
Bovendien wijst hij op de fysieke belasting voor spelers. Het drukke schema leidt tot meer blessures, zoals zichtbaar werd bij PSG-Barcelona. Van Gaal koppelt dit direct aan de opzet van het toernooi: meer wedstrijden betekent meer belasting, zeker voor topspelers die ook nationaal actief zijn.
Zijn pleidooi om terug te keren naar een kleinere, selectere Champions League zou het aantal wedstrijden beperken en het niveau verhogen.
Historische context: Van Gaals visie in het licht van het verleden
Van Gaal spreekt als iemand die zelf successen boekte in de oude opzet van de Champions League. In 1995 leidde hij Ajax naar de eindzege in een toernooi met slechts zestien deelnemers. Dat seizoen werd gekenmerkt door spannende wedstrijden en een relatief laag doelpuntengemiddelde.
De huidige situatie, met veel meer clubs en wedstrijden, contrasteert daarmee sterk. Van Gaal ziet hierin een verschuiving van sportieve naar commerciële belangen, een ontwikkeling waar hij zich al decennia tegen keert.
Zijn vergelijking met het ijshockey, waar verschillende niveaus bestaan, onderstreept zijn wens voor meer sportieve eerlijkheid. Hoewel de UEFA met de Europa League en Conference League al verschillende Europese toernooien organiseert, vindt Van Gaal dat het huidige systeem onvoldoende recht doet aan het principe van de ‘Champions’ League: alleen de beste clubs zouden moeten deelnemen.
Ondanks zijn aanhoudende kritiek voelt Van Gaal zich niet gehoord door de UEFA. “Ik heb dat twintig jaar geleden al tegen de UEFA gezegd, maar ze luisteren niet naar me.” Zijn oproep voor verandering klinkt echter luider dan ooit, nu het aantal blessures en het doelpuntengemiddelde in de Champions League blijven stijgen.
Het duel tussen Paris Saint-Germain en FC Barcelona, dat dinsdagavond in 4-2 eindigde, vormde volgens Van Gaal een uitzondering op de regel. De discussie over de opzet van de Champions League lijkt daarmee voorlopig nog niet beslecht.










